Geschiedenis van de hobo


Home     Contact    Leerlingen     Leerkrachten     Bibliotheek


De hobo is al heel oud. Hij heeft er natuurlijk niet altijd uitgezien zoals nu, maar we vinden al voorlopers en varianten ervan bij de Egyptenaren, Grieken en Romeinen. 5000 jaar geleden al, in MesopotamiŽ, vinden we vermeldingen van instrumenten die, net als de hobo, met een dubbelriet bespeeld werden. Er zijn nauwelijks instrumenten die de tijd hebben overleefd, maar wel hebben we heel veel afbeeldingen die ons meer vertellen over hun muziekcultuur. Vanaf de Middeleeuwen beschikken we wel over heel veel informatie.

Egypte:

Cultuur was voor de Egyptenaren erg belangrijk. Ze kenden heel wat instrumenten, maar we vinden een hobo bij de Egyptenaren pas terug op afbeeldingen uit de periode 1500 tot 1000 voor Christus. Ze werden, volgens die afbeeldingen, vaak gebruikt in combinatie met trompetten en percussie. Meestal werden ze in paren bespeeld, waarbij men op de ene buis een liggende toon speelde en op de andere een melodie. Muziek werd vooral gebruikt bij religieuze plechtigheden. De beschermgod van de muziek zou Ihy geweest zijn, de "uitvinder" ervan Thoth.

 

Boven: Aulos met enkelriet uit de 4de tot 2de eeuw voor Christus, gevonden in Karanis (Egypte)

Rechts: Bronzen aulos uit de 3de tot 1ste eeuw voor Christus, gevonden in Karanis (Egypte

                          

▲Top

 

Grieken:

Bij de Grieken heette het instrument αυλος spreek uit als "aulos"). Er waren twee soorten: de aulos met 1 pijp en die met 2 pijpen ("di-aulos). De aulos met enkelriet (zoals een klarinet) was eerder zeldzaam; die met dubbelriet (zoals de hobo) daarentegen was heel erg populair.

Net zoals we vandaag verschillende soorten blokfluiten kennen (van sopraan tot bas), kenden de Grieken ook deze types: parthenioi (voor meisjes), paidikoi (voor jongens),kitharistoerioi (iets groter), teleioi (voor volwassenen) en huperteleioi (voor echte profs). Een systeem om tonen te verhogen of te verlagen bestond toen nog niet, vandaar dat ze een andere aulos moesten nemen als ze in een andere toonaard wilden spelen. Pronomos uit Thebe vond wel nog een ander systeem: hij maakte gewoon meer gaatjes die hij dichtmaakte naargelang de toonaard.

 

Spelen op de aulos was zo lastig, dat de muzikanten een "phorbeia" moesten gebruiken. Dit is een soort riem die rond het hoofd werd gebonden om de wangen extra te ondersteunen bij het blazen. In deze band zaten twee gaatjes waaraan de auloi (meervoud van aulos) bevestigd moesten worden.

De aulos werd gebruikt als begeleiding bij heel wat activiteiten: offerplechtigheden, toneelvoorstellingen, oorlogen en zelfs bij worstel- en discuswedstrijden.

                                Aulos-spelers, links zonder riem, rechts met riem

 

▲Top

 

Romeinen:

Ook zij kenden een hobovariant: de tibia. Deze is heel erg te vergelijken met de Griekse aulos.

De muzikanten werden heel erg gerespecteerd en verenigden zich in het "collegium tibicinum romanorum". Ooit gebeurde eens dat ze niet meer mochten eten in de tempels. Gevolg: een grote staking! De senaat was toen zo bang dat ze geen muziek zouden hebben bij de belangrijke ceremonies , dat ze de muzikanten heel veel alcohol te drinken gaven en hen ladderzat naar Rome brachten. Vanaf dan mochten z000e ook elk jaar een eigen optocht door de stad organiseren.

Een ander instrument dat verwant is aan de tibia, is de tibia utricularis. "Utriculum" betekent letterlijk baarmoeder. Een lederen zak, die de vorm had van een baarmoeder, werd vol lucht geblazen. Aan die zak waren verschillende pijpen bevestigd: een pijp om extra lucht in de zak te blazen, een pijp die een bourdon (een liggende noot) speelt en een pijp met verschillende gaatjes om melodieŽn te kunnen spelen. In die pijp zat ook een dubbel riet. Herken je de doedelzak? Zelfs keizer Nero was een heel grote fan van de tibia utricularis!

 

▲Top

 

Middeleeuwen

Door de handel met het verre Oosten (al van de zijderoute gehoord?) leerde men ook de Japanse Hichiriki en Charumela en de Chinese Kuan kennen, allemaal varianten van de hobo. Ook dankzij de kruistochten leerde men "hobo's" kennen. Onder de invloed van al deze instrumenten ontstond bijvoorbeeld tijdens de Middeleeuwen de schalmei (soms ook pommer of bombarde genoemd), die in verschillende groottes werd gebouwd. Er is wel een groot verschil in manier van spelen: hoboÔsten nemen hun riet rechtstreeks tussen de lippen, waardoor je veel meer controle hebt op je klank en je intonatie. Bij de schalmei werd het riet helemaal in de mond genomen, waardoor je een veel luidere en scherpere klank krijgt. Probeer het maar eens! De lippen rustten bij de schalmei tegen een zogenaamde "pirouette" (zie afbeelding).

 

Naast de schalmei kende men ook de kromhoorn. Dit instrument had de vorm van een J en werd bespeeld met een riet in een windkapsel. Kromhoornspelers konden dus ook geen invloed uitoefenen op hun klank, doordat de lippen niet in contact stonden met het riet.               

 

Het principe van het windkapsel: de muzikant blaast langs boven in de windkap en brengt daardoor het riet aan het trillen.

 

 

Eťn van de typische kenmerken wat betreft de instrumentenbouw tijdens de Renaissance (1400-1600), is de bouw van instrumenten in families, van laag naar hoog. Je kunt het vergelijken met de strijkersfamilie (contrabas, cello, altviool, viool) of met de sax (baritonsax, tenorsax, sopraansax...). Vaak gingen die instrumenten samen spelen, en zo'n ensemble noemde men een consort. Links zie je een pommerconsort, met (van links naar rechts) sopraan, alt, alt met extra kleppen, tenor, contrabas, bas, tenor, alt.

 

 

▲Top

 

Het is niet erg duidelijk wanneer de naam "hobo" voor het eerst werd gebruikt. Wel staat vast dat het van het Franse "haut bois" komt, wat hier letterlijk "luid hout" betekent. Dit kwam doordat ze het riet niet tussen de lippen vastnamen (denk aan de pirouette). De schalmei was enkel geschikt voor gebruik in open lucht. In Frankrijk had Lodewijk XIV, de Zonnekoning, een strijkerensemble: "les violons du roi". Op een bepaald moment wilde men hobo's combineren met die strijkers. Dit ging natuurlijk niet, schelle hobo's samen met zachte violen! In de tweede helft van de 17e eeuw ondervonden de broers Hotteterre dat, door het riet tussen de lippen te nemen, de klank direct veel zachter werd. Daarnaast gaat men ook de stemming van het instrument verlagen van een la van 465 Hz naar een la van 392 Hz, een verschil van maar liefst een kleine terts, waardoor de klank beter mengt met de violen. Meer over stemmingen vind je hier.

Dit en nog andere aanpassingen (zoals de grootte en de plaatsing van de vingergaten) leidden tot het ontstaan van de barokhobo. Dit waren dus de verschillen tussen de schalmei en de nieuwe hobo:

  Schalmei Hobo
Bouw 1-delig 3 delen: boven- en middenstuk, klankbeker
Manier van blazen dubbelriet met pirouette dubbelriet tussen de lippen
Boring wijd smaller
Kleppen soms 1 3

 

In de barok kende de hobo een echte bloei. Luister maar eens naar enkele cantates of oratoria van Johann Sebastian Bach. Ook Vivaldi, Telemann en Hšndel bijvoorbeeld schreven heel wat solowerken voor de barokhobo.

Toen de stemming na de barok (1600-1750) opnieuw omhoog ging, moest men de barokhobo opnieuw aanpassen. Men gebruikte vanaf dan ebbenhout i.p.v. palmhout, de boring (de binnenkant van de hobo) werd aangepast, en om chromatisch te kunnen spelen, werden almaar meer kleppen toegevoegd. Kijk maar naar de onderstaande afbeeldingen, die hobo's tonen vanaf het jaar 1700 tot nu.

▲Top

 

Eťn van de bekendste hobofabrikanten was de Fransman Frťdťric Triťbert (1813-1878). Hij verkleinde opnieuw de boring, waardoor ook de klank verfijnder werd. Daarnaast maakte hij het riet smaller en dunner, en veranderde hij de posities en afmetingen van de vingergaten.

Zelfs nu nog is de hobo in evolutie. Niet alleen experimenteert men met de materie waaruit een hobo gebouwd is, er komen ook af en toe nog verbeteringen of aanvullingen in de applicatuur (dit is het volledige mechanisme van kleppen).

Op deze afbeelding zie je nog enkele voorbeelden van moderne kopieŽn van dubbelrietinstrumenten uit de Renaissance. Links zie je 2 pommers, rechtsboven een kromhoornconsort (alt, contrabas, bas, tenor, sopraan), rechtsonder zie je de ranket (eigenlijk familie van de fagot), en helemaal rechtsonder in de hoek staat nog een schalmei.

 

▲Top