Britten - Zes Metamorfoses


Home     Contact     Leerlingen     Leerkrachten     Bibliotheek


Uit: Scrapes, 3e jaargang nr.4, december 1996 - auteur: Frank Mulder

 

Een inleiding en programmatische analyse van de

Benjamin Britten

 

Zes Metamorfoses naar Ovidius

van Benjamin Britten

 

Inleiding

I. Pan

 Publius Ovidius Naso

II. Phaeton

III. Niobe

IV. Bacchus

V. Narcissus

VI. Arethusa

 

Inleiding

In de oude geschiedenis vormde muziek een belangrijk onderdeel van de maatschappij. Vertegenwoordigers van het Hellenistische gedachtengoed dahten dat je met muziek goede en slechte kwaliteiten kon uitdrukken zelfs doen ontstaan. Muziek was net zo belangrijk als de sport in de educatie van jonge mannen. Sport leerde de harmonie van het lichaam, terwijl muziek behoorde tot de harmonie van de sferen. Muziek had een psychologische bedoeling. Kinderen die in de Grikese maatschappij werden opgevoed werden geacht een bepaalde dosering van verschillende soorten muziek te krijgen. Voor de verschillende soorten muziek gebruikten de Grieken het woord "ethos". Dit betekende veel meer dan een mode, maar de modi van de middeleeuwse kerk vertoonden veel gelijkenis met de tonaliteit van de ethos. De ethos omvatte: de expressieve kwaliteiten van een melodie, het specifieke ritme, en haar poëtische vorm. Aristoteles schreef dat de Mixolidische ethos je droevig maakte, de Phrygische ethos je enthousiast maakte, en dat je van de Dorische ethos gematigd n rustig werd. Plato beweerde dat de Dorische ethos de enige ware Hellenistische ethos was. Er is weinig bekend over de exacte melodische opbouw van deze verschillende ethi, maar we weten van schrijvers als Plato bijvoorbeeld dat deze verschillende soorten muziek iedere emotionele attitude kon uitdrukken.

Door de transponeerbaarheid van de lier werd het instrument beschouwd als het belangrijkste instrument van het onderwijs. Het instrument kon verander worden door het simpelweg om te stemmen, hierdoor kon je alle verschillende modi spelen. Het was ook het meest favoriete instrument bij schrijvers. De tegenhanger van de lier was de Aulos, een rietinstrument. Dit instrument werd gebruikt om extase, emotie en redeloosheid uit te drukken. Alle voorstellingen van tragedie, komedie of satire werden begeleid door deze dubbelriet instrumenten. Plato geloofde dat als je te veel naar deze instrumenten luisterde, je te emotioneel werd en gevaarlijk zou worden. De panfluiten werden als kleurloos beschouwd. Plato dacht dat het onwaarschijnlijk was dat jer er op een gevaarlijke manier geagiteerd van zou raken. In het algemeen vond Plato dat blaasinstrumenten te intiem, en niet passend in de collectieve idealen van de tijd.

Ik beweer dat het mogelijk is om de Zes Metamorfoses in de context van de oudheid te plaatsen. Ik beweer dat ze compleet uitgelegd kunne worden op een programmatische wijze. In de nu volgende zes verhalen zal ik ieder deel afzonderlijk uitleggen en zal ze in verbinding brengen met de mythen in de Metamorfosen van Ovidius.

▲Top

 

I. Pan

Het mythische verhaal over de ontwikkeling van de panfluit is het verhaal dat uitgelegd wordt in het eerste deel van de ZEs Metamorfosen. het verhaal wordt verteld door Mercurius in het eerste boek. In een wedstrijd met Apollo vertelt Pan later zelf het verhaal op zijn fluit. Zoals in de inleiding wrd verteld, was de panfluit een minder gewaardeerd instrument, het was geen academisch instrument. Het verhaal gaat, dat in de wedstrijd met Apollo hij zowel eenvoudig als met opzwepende tonen speelde wat een voorbijganger, Midias erg charmeerde. De mythe zoals Mercurius deze beschrijft luidt als volgt: in het kille gebergte van Arcadia woonde een nimf; de meest bekende van alle bosnimfen van Nonacris. De andere nimfen noemden haar Syrinx. Terugkomend van de berg Lycaeus zag Pan haar. Pan sprak haar lieflijk toe, maar ze lachte honend naar hem. Ze rende weg in de wouden tot ze bij het stille water van Ladon aankwam. Toen de rivier haar vlucht afsneed smeekte ze haar zusters van de rivier getransformeerd te worden. Toen Pan dacht haar te kunnen grijpen, realiseerde hij zich dat hij in plaats van haar lichaam een handje vol riet vasthield. Deze bundelde hij samen en dat was zijn enige herinnering aan haar.

De twee gedaanten uit de mythe worden perfect gescheiden door het gebruik van twee tonaliteiten in het eerste gedeelte. Men zegt, dat in de latere ontwikkeling van de panfluit er twee verschillende toonladders bestonden. Beide hele toonstoonladders, de één een halve toon hoger dan de ander. De programmatische uitleg luidt als volgt.

 

vb. nr.1: De zoete, onbekende woorden van Pan

vb. nr.2: ... gevolgd door het hoongelach van Syrinx

vb. nr.3: Terugkomst van Pan

vb. nr.4: ... gevolgd door de achtervolging van Syrinx

vb. nr.5: Haar laatste woorden

vb. nr.6: Zijn laatste sprong

vb. nr.7: Eindigend met de wind waaiend over het riet

▲Top

 

II. Phaeton

Het verhaal van Phaeton wordt verteld in het begin van het tweede boek van Ovidius. Het is een nogal lang verhaal, ik zal proberen een synopsis te geven van de belangrijkste gebeurtenissen met daarna de muzikale voorbeelden. Phaeton wrd vaak geplaagd door andere kinderen vanwege het feit dat zijn moeder beweerde, dat hij de zoon was van de zonnegod, Phoebus. Op een dag ging hij naar zijn vader en Phoebus sprak hem aan en zei: "Waarom ben je gekomen? Wat wil jij hier in deze citadel, Phaeton mijn zoon?" Phaeton antwoordde: "O god geef me het bewijs dat ik je zoon ben, en haal de twijfels uit mijn geest." Phoebus smeekte Phaeton om dichter bij hem te komen en zei: "Om je twijfels weg te nemen, vraag me wat je wenst en je zult het krijgen van me". Nauwelijks had de zonnegod deze woorden gesproken of Phaeton vroeg om zijn vader's strijdwagen voor één dag de gevleugelde strijdrossen te mogen mennen. Toen betreurde zijn vader zijn belofte. Hoofdschuddend zei hij "Het is een groot voorrecht waar je om vraagt, je bent er nog te jong en niet sterk genoeg voor." Maar Phaeton met jeugdige trots en kracht sprong in de strijdwagen, verrukt om de teugels vast te houden, die hij van zijn vader gekregen had. De hemel lag open voor de paarden.

 

vb. nr.8 Ze stortten zich voorwaarts, en galopperend baanden ze zich een weg door de wolken,

vb. nr.9 ... maar de paarden van de zonnegod merkten dat de strijdwagen niet zwaar genoeg beladen was, en de vracht vloog in de lucht en werd omhoog gegooid

vb. nr.10 Ze herkenden de strijdwagen niet die hij bestuurde

vb. nr.11: Tenslotte, toen de onfortuinlijke Phaeton op de aarde een blik wierp, werd hij bleek, zijn knieën trillend van angst. Hij was zo verlamd van schrik dat hij de teugels liet vallen.

vb. nr.12: Ze vielen uit zijn handen en lagen losjes op de ruggen van de paarden. Plotseling galoppeerden de paarden weg, uit hun koers,

vb. nr.13: ...een vlucht nemend hoog in de lucht.

vb. nr.14: De aarde vatte vlam, zelfs Atlas was in gevaar en kon nauwelijks de gloeiende hemel op zijn schouders verdragen. De vader liet alle goeden bij elkaar komen en om de complete vernietiging van de aarde te voorkomen stuurde hij een bliksemschicht.

vb. nr.15: Phaeton, terwijl de vlammen zijn gouden haar verzengden, slingerde door de lucht

vb. nr.16: De grote rivier Eridanus ontving zijn verkoolde lichaam, en hij werd door de nimfen begraven.

▲Top

 

III. Niobe

De mythe van Niobe wordt tonaal verklaard in de muziek van Benjamin Britten. Het verhaal luidt als volgt: Niobe is jaloers op de verering van de vrouwen van Thebes voor Leto. Zij geeft ze de raad te stoppen met offeren. Niobe vindt zichzelf veel meer een object om te worden aanbeden, omdat ze 14 kinderen heeft en Leto slechts 2. Leto was woedend over deze lastering, en stuurde haar 2 kinderen, Apollo en Diana, om alle kinderen van Niobe te vermoorden. Het smartelijke lied dat Niobe zingt is het verhaal over de dood van haar zeven zonen en zeven dochters, en door haar verdriet verandert ze in steen.

vb. nr.17: Eerst worden de zeven zonen gedood. Eerst zes en later de laatste. Belangrijk: eerst 6 noten, later zeven

vb. nr.18: Dan zingt zij over de zeven dochters, eerst zes, dan zeven.

vb. nr.19: De veertien dalende noten. Alle veertien kinderen zijn dood.

vb. nr.20: Volslagen ontredderd zakte ze in elkaar, omgeven door de lichamen van haar zoons en dochters en door verdriet verandert ze in steen. Het leven glijdt weg uit haar en toch weent zij nog.

vb. nr.21: Een hevige windhoos pakt haar op en draagt haar naar haar eigen land waar ze wordt neergezet op een bergtop. Zie de 14 tonen die voor deze passage gebruikt worden.

vb. nr.22: De 14 tonen zijn fa, re b, la b, do, mi b, sol b, si b, sol, la, fa #, si, sol #, mi, re. Hier sterft ze weg, terwijl tranen nog druipen van haar marmeren gezicht.

▲Top

 

IV. Bacchus

Bacchus is het enige deel van dit stuk dat eigenlijk niet thuishoort bij de andere delen. Bacchus, zelf een god, ondergaat geen metamorfose zoals in alle andere typeringen. Er wordt geen echt verhaal weergegeven in de muziek. Dit is meer een karakterschets van Bacchus en een feestelijke entourage eromheen. Het typerende ritme van de gepuncteerde achtste figuur met zestiende, herhaald en gevolgd door de staccatozestiende is een soort van sonate rondo thema welke de figuur van Bacchus karakteriseert. De god van de wijn, aangeschoten en jolig, voorziet iedereen van drank.

vb. nr.23

vb. nr.24: Tussen de coupletten van het thema, waarin een schets gemaakt wordt van Bacchus, zijn twee andere thema's. De eerste: schreeuwende jongens,

vb. nr.25: de tweede: het onophoudelijke gekwebbel van vrouwen

Deze fragmenten, als ook het rondothema geven een chaotische sfeer weer, typerend voor de feesten van die tijd.

▲Top

 

V. Narcissus

 

De mythe van de transformatie van Narcissus is gemakkelijk te zien in de muziek, maar daarentegen moeilijk te realiseren als men het speelt. Het verhaal luidt als volgt: Narcissus uitgeput na de jacht, gaat bij een helder beekje zitten (een beek met zilver water). Terwijl hij zijn dorst lest wordt hij betoverd door de reflectie van het water. hij wordt verliefd op een denkbeeldige figuur. Hij ziet een denkbeeldig silhouet aan voor een echt lichaam. Onwetend begeert hij zichzelf, en is zelf het object van zijn eigen verlangen. Hij probeert en probeert zijn eigen schaduwbeeld te kussen. Hij duwt zijn armen diep in het water, en tracht zijn nek te pakken, die hij in het water ziet. "Helaas ik ben zelf de jongen die ik zie! Wat moet ik doen? Wat ik verlang, heb ik! Mijn overvloed maakt me arm. Hoe kan ik los komen van mijn eigen lichaam. Mijn leed put mijn levenskracht uit. Ik worstel niet met de dood, want in de dood zal ik mijn lijden vergeten. Maar ik hoop, dat het object van mijn begeerte mij zal overleven. Want we zullen beiden vergaan als dit ene leven vernietigd wordt." Van verdriet scheurt hij de kleren van zijn lijf en slaat zichzelf; als hij dit in het water ziet, kan hij het niet langer verdragen. Hij kwijnt weg van verdriet. In plaats van een lichaam is er alleen een bloem; een cirkel van witte bloembladen rond een geel midden.

De polyfonische benadering van dit deel is de sleutel tot een juiste uitvoering. De twee verschillende stemmen, die van Narcissus, en die van zijn spiegelbeeld zijn gemakkelijk te zien. De twee stemmen zijn herhaaldelijk spiegelbeelden van elkaar.

 

vb. nr.26

vb. nr.27: Als de spiegelbeelden sneller en sneller worden, eindigt het in een lange triller, het beeld en zijn spiegelbeeld worden één.

vb. nr.28: Later vormen de twee stemmen een melodie

vb. nr.29: De melodie van de twee stemmen eindigt weer in een triller, waaruit slechts één stem overblijft.

▲Top

 

VI. Arethusa   

Arethusa was één van de nimfen die in Achaes woonde. Op een dag gaat ze zwemmen in een watertje. Na een tijdje gezwommen te hebben, voelt ze een beweging in het midden van het beekje. Ze wordt bang en springt uit het water op de kant. "Waarom vlucht je zo snel weg?" vraagt Alpheus tot tweemaal toe. Arethusa vlucht weg. Alpheus neemt de gedaante van een man aan en achtervolgt haar. Ze snellen over heuvels en dalen. Moe van al haar ontsnappingspogingen, schreeuwt ze naar Dictyma: "Help me, anders ben ik verloren." De godin, getroffen door haar schreeuwen, stuurt een wolk om Arethusa te bedekken.

De riviergod zoekt en zoekt in de buurt van de wolk maar kan haar niet vinden. Ze voelt zich als een haas, die zich stil houdt in de braamstruiken, uit angst voor de jachthonden. Angstzweet breekt uit en druppels vallen van haar lichaam en waar ze gaat, vormen zich beekjes. Samen worden ze een stroom en Alpheus, het water herkennende, verandert ook in water om zijn golven met de haren te verenigen. Het deel begint met Arethusa's vlucht. Zoals in het verhaal, gaat dit een tijd door, tot de beweging heel emotioneel wordt, daar waar ze Dictyma roept, dan verandert ze in een wolk en is erg bang; dit wordt goed tot uitdrukking gebracht door de ketting-triller in het middengedeelte. Op dit moment verandert ze in een bron in de tekst van Benjamin Britten. In dit laatste gedeelte probeert Britten een muzikale tekening te maken van een fontein; eerst klein beginnend, dan wordt de reeks steeds groter, tot een climax komend aan het eind van het stuk...

Het eerste gedeelte begint met Arethusa's vlucht. Dit duurt een hele tijd, totdat ze uiteindelijk Dictyma aanroept en haar hevig smeekt om in een wolk veranderd te worden.

vb. nr. 30

vb. nr.31: Ze verandert in een wolk. Dit wordt goed tot uitdrukking gebracht in de kettingtrillers.

vb. nr.32: Op dit moment verandert ze in een fontein; muzikale tekening van een fontein. Eerst klein beginnend, dan wordt de reeks steeds groter.

▲Top